Houtsoorten en duurzaamheidsklassen
Buiten gaat het om vocht en schimmel, en daar zegt de duurzaamheidsklasse alles over.
De klassen
| Klasse | Verwachte levensduur in grondcontact | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1 | meer dan 25 jaar | Azobe, teak |
| 2 | 15 tot 25 jaar | Bangkirai, eiken kernhout |
| 3 | 10 tot 15 jaar | Lariks, douglas |
| 4 | 5 tot 10 jaar | Vuren verduurzaamd |
| 5 | minder dan 5 jaar | Vuren onbehandeld |
Verduurzaamd hout
Geimpregneerd vuren krijgt zouten onder druk ingebracht. Dat werkt goed zolang het hout daarna niet wordt doorgezaagd zonder de kopse kant te behandelen. Thermisch gemodificeerd hout is verhit zonder toevoegingen: het neemt minder vocht op maar wordt brozer.
Toepassing
- Grondcontact, zoals palen: klasse 1 of 2, of verduurzaamd met de juiste penetratieklasse.
- Gevelbekleding: klasse 2 of 3, met voldoende ventilatie achter de delen.
- Vlonder: hardhout of thermisch behandeld, met ruimte tussen de delen.
- Constructief binnenwerk: vuren of gelamineerd hout, klasse doet er niet toe.
Keurmerken
FSC en PEFC zeggen iets over de herkomst en het beheer van het bos, niet over de technische kwaliteit of de duurzaamheidsklasse. Die twee staan los van elkaar.
Werking van hout
Hout werkt vooral in de breedte, nauwelijks in de lengte. Gevelbekleding en vlonderdelen hebben daarom ruimte nodig bij de bevestiging. Doorgeschroefd zonder speling betekent scheuren binnen een seizoen.