De soorten
| Soort | Samenstelling | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Beton | Cement, zand, grind, water | Funderingen, vloeren, poeren |
| Metselmortel | Cement of kalk, metselzand | Metselwerk |
| Voegmortel | Fijner zand, vaak kalkrijk | Voegwerk |
| Dekvloerspecie | Cement, zand, weinig water | Zandcementdekvloer |
| Stabilise | Zand met weinig cement | Onderlaag bestrating |
Sterkteklassen
Beton wordt aangeduid met een C-waarde, bijvoorbeeld C20/25. Voor een tuinpaal of een poer volstaat een lichte klasse, voor een constructieve vloer schrijft de constructeur de klasse voor. Zelf mengen met een verkeerde verhouding water levert altijd zwakker beton op dan gedacht.
Uitharding
- Na ongeveer een dag beloopbaar, afhankelijk van temperatuur.
- Na zeven dagen ongeveer zeventig procent van de eindsterkte.
- Volledige sterkte na ongeveer 28 dagen.
- Onder vijf graden stopt het uithardingsproces vrijwel.
Nabehandelen
Vers beton dat te snel droogt, krimpt en scheurt. Afdekken met folie of nathouden gedurende de eerste dagen is geen luxe maar onderdeel van het werk, zeker bij zon of wind.
Dekvloer en vloerverwarming
Bij een dekvloer over vloerverwarming geldt een opstookprotocol: na uitharding wordt de vloer stapsgewijs op temperatuur gebracht voordat de afwerking erop komt. Overslaan daarvan is de meest voorkomende oorzaak van scheuren en loslatende vloerafwerking.